Archief van ◊ april, 2012 ◊

Schrijver:
• 12 april, 2012

Als een van de eersten stonden ze voor de poort van de Floriade: 32 dames van de vrouwenbeweging uit Griendtsveen hadden hun jaarlijkse uitje met opzet gepland op de eerste dag dat de wereldtuinbouwtentoonstelling voor publiek geopend was. HALLO Horst aan de Maas liep een dagje met de dames mee.

Het programma van de dag begon met koffie en gebak in het groepsrestaurant. Wie daar met de dames had afgesproken, werd direct op het verkeerde been gezet. Het eerste wat opvalt in de grote hal is een grote groep van vrouwen in traditionele klederdracht. Uit Staphorst, blijkt later. “Zullen wij dat voortaan ook doen?” wordt er gegrapt aan de Griendtsveense tafel.

Tijdens de koffie wordt voor de dames direct duidelijk dat het de eerste Floriadedag is, want het groepsrestaurant blijkt nog niet echt ingesteld op de ontvangst van grote groepen. Het personeel en de organisatie moeten er duidelijk nog even inkomen, zoals ook op andere plekken van de Floriade valt op te merken.

Na de koffie is iedereen vrij om te gaan en staan waar men wil. Veel dames lopen eerst Villa Flora binnen en vergapen zich in de enorme hal aan de prachtige bloemen en stands uit alle windstreken. Daarna gaan de meesten verder het park in. In de middag verzamelt iedereen zich weer voor een rondleiding langs de ’highlights’ van de Floriade. Tijd om tijdens de rondleiding ook enkele paviljoenen binnen te gaan, is er helaas niet, tot frustratie van sommigen. “Het was de bedoeling dat we die rondleiding aan het begin van de dag zouden hebben”, vertelt bestuurslid Carla Vossen. “Dan kon iedereen zelf bepalen waar zij graag naartoe zou gaan. Helaas waren alle gidsen voor vanochtend al bezet.”

Aan het eind van het dagje Floriade hebben de Griendtsveense vrouwen gemengde gevoelens over het park. Dien Poels is enthousiast: “Ik ben ook op de vorige Floriade geweest, in de Haarlemmermeer, maar deze editie is veel mooier. Alles ziet er prachtig uit.” Ria Smeets sluit zich daarbij aan: “Het park is zo uitgestrekt. Het is eigenlijk allemaal veel te veel om op een dag te bekijken. Je moet bijna wel nog een keer terugkomen om alles mee te krijgen. Ik kom zeker nog een keer terug met mijn kleinkinderen.”

“Ik denk dat we te vroeg zijn”, vertelt Fien van den Einden. “Over twee maanden staan alle planten in bloei en is het weer veel beter. Nu is het nog behoorlijk koud en dat maakt dat er nog weinig sfeer op de Floriade hangt. En over een tijdje is alles ongetwijfeld ook wat beter geregeld. Dus, uiteindelijk komen we allemaal nog een keer terug, schrijf dat maar op”, voegt ze er nog snel aan toe.

(Bron: Hallohorstaandemaas)

Schrijver:
• 4 april, 2012

Wie in gesprek met Wien van Mullekom het woord ’brommers’ in de mond neemt, is voorlopig nog niet van hem af. De Griendtsvener kan namelijk uren vertellen over zijn passie voor klassieke tweewielers die niet harder mogen dan 45 kilometer per uur.

In zijn schuur staan vijf klassieke brommers keurig op een rij: drie van het merk NSU en twee Royal Nords, allemaal uit de jaren vijftig en zestig. “Het is heel simpel: het is gewoon jeugdsentiment”, moet Van Mullekom bekennen. De bromfietsen brengen hem weer terug naar vroeger, toen hij zelf zestien jaar was. In die tijd had de Griendtsvener een brommer van het merk NSU, maar niet het type dat hij nu thuis heeft staan. “Veel bromfietsliefhebbers vinden dat een mooie brommer, maar ik heb er vroeger zoveel pech mee gehad, dat type hoef ik niet meer”, aldus Van Mullekom.

Een van de twee Royal Nord-bromfietsen die hij heeft staan, is een soort goedmakertje uit zijn jeugd. “Het is een mooi model, maar hij was vroeger ook erg duur. Alleen de jongens die in Duitsland in de zoutmijnen werkten, verdienden bergen met geld en konden zo’n ding betalen.”

De liefde voor de bromfiets heeft er bij Van Mullekom niet altijd ingezeten. Jarenlang reed hij alleen motor. Pas toen hij vijftien jaar geleden aan het werk was in zijn cafetaria in Griendtsveen en er enkele klassieke bromfietsen voorbij kwamen, werd de liefde aangewakkerd. Hij ging naar een bijeenkomst van een brommerclub uit Deurne en kocht een oude Royal Nord over van een andere liefhebber. Zo werd een nieuwe hobby geboren.

Nu trekt Wien van Mullekom er regelmatig op uit om een paar uurtjes op zijn bromfiets te gaan toeren. Van Mullekom: “Ook al ben ik inmiddels met pensioen, ik ben nog net zo druk als vroeger. Maar als ik met de brommer op pad ben, vallen alle zorgen van mijn schouders.”

De gepensioneerde frietbakker rijdt ook nog motor, toch pakt hij voor het toeren vaak de brommer. “Het gaat me niet om het scheuren, ik doe het rustig aan, en dat gaat bij een bromfiets automatisch. Op een motor moet je constant op je maximumsnelheid letten. Met de brommer heb je tenminste tijd om rond te kijken en van de natuur te genieten. Bovendien kom ik als ik ergens stop voor een drankje altijd wel iemand tegen die vroeger ook zo’n brommer heeft gehad. Al die verhalen die dan weer naar boven komen, dat vind ik mooi.”

De Griendtsveense bromfietsfanaat zit bij diverse brommerclubs, zoals ‘t Brummerke uit Melderslo. “Ik vind het leuk om tochten te rijden met die clubs. Zeker de Hemelrit in Kronenberg. Daar doen altijd meer dan 300 mensen mee, dat is prachtig om te zien. Alle deelnemers hebben mooie verhalen over hun brommer. Het maakt van oude mensen weer kleine kinderen.”

(Bron: hallohorstaandemaas)