Archief van ◊ april, 2011 ◊

Schrijver:
• 29 april, 2011

Wat hebben Linda de Mol, Clarence Seedorf en veertien inwoners van Horst aan de Maas met elkaar gemeen? Ze kregen afgelopen vrijdag allemaal een koninklijke onderscheiding tijdens de lintjesregen.

“Het krijgen van een lintje is geen gunst, geen recht, maar een uiting van waardering. Normaal wordt waardering uitgesproken met een eenvoudig ‘dankjewel’, maar soms doen mensen iets bovennormaal”, zei burgemeester Kees van Rooij tijdens de uitreiking van de koninklijke onderscheidingen, vrijdag in het gemeentehuis. Dat er in Horst aan de Maas voldoende mensen wonen die zoiets bovennormaals doen, bleek tijdens de bijeenkomst. De burgemeester had bijna twee uur nodig om te vertellen wat de veertien gedecoreerden allemaal hadden gedaan om de onderscheiding Lid in de Orde van Oranje-Nassau uitgereikt te krijgen.

Bezoekers aan de lintjesregen in het gemeentehuis in Horst werden bij aanvang verwelkomd door de Americaanse zanggroep Golde Liesjes. Om het optreden van de groep bij te wonen, was ook Ine Daniëls-van der Coelen uit America naar het gemeentehuis gekomen. De verrassing was dan ook groot toen even later niet de Golde Liesjes, maar zijzelf in het middelpunt van de belangstelling stond en zij een lintje kreeg opgespeld door burgemeester Kees van Rooij. Daniëls kreeg de onderscheiding vanwege haar werk voor de parochie, de basisschool en de koren van America. Uit de toespraken van de burgemeester bleek dat alle gedecoreerden een uitgebreide staat van dienst hebben als het gaat om hun inzet voor de samenleving.

Horstenaar Cor Kuipers werd geprezen om zijn bijdrage aan het in stand houden van de Horster volkscultuur. Zo is Kuipers bijna dertig jaar lid van carnavalsvereniging D’n Dreumel uit Horst waar hij zich onder andere bezig houdt met het organiseren van liedjesconcoursen en de prinsenproclamatie. Daarnaast heeft hij talloze carnavalsliedjes, geschreven in het Horster dialect, op zijn naam staan.

Americaan John Rijpma had pas toen de burgemeester zijn naam noemde door dat ook hij een lintje zou krijgen. Rijpma kreeg de onderscheiding voor zijn werk als mantelzorger, lid van de dorspraad van America en als redactielid van het dorpsblaadje Het Peelklokje. “Mij was verteld dat Het Peelklokje een legpenning van de gemeente zou krijgen. 

Ik dacht dat wij na de lintjes aan de beurt waren. Het was dan ook een enorme verrassing toen mijn naam opeens werd genoemd”, aldus het kersverse Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

Jan Kurver uit Horst heeft tijdens zijn loopbaan in het onderwijs diverse maatschappelijke functies bekleed. Daarnaast kreeg hij een koninklijke onderscheiding opgespeld vanwege zijn werk voor de H. Hubertusparochie in Hegelsom. Toen deze parochie toetrad tot het cluster Horst richtte Kurver een avondwakegroep op om diensten te verzorgen op de avond voor een uitvaart. Verder begeleidt hij misdienaars en is hij zelf lange tijd actief als acoliet.

Sraar Reijnders werd vrijdag als voorzitter van Stichting Parochiehuis Tienray uitgenodigd voor overleg op het gemeentehuis. Maar dat zag hij niet zitten. “Onze secretaris zit op dit moment in China en ik wilde niets zonder hem beslissen”, vertelt Reijnders lachend. Met een smoes wist zijn schoondochter hem alsnog in het gemeentehuis te krijgen. “Ik begreep eerst niet wat de bedoeling was, maar toen ik de zaal vol zag lopen, kreeg ik het in de smiezen”, aldus de Tienraynaar, die zich veel heeft ingezet voor onder andere de jagersvereniging en de parochie in zijn dorp.

Wiel Lemmen uit Horst was in de jaren zeventig en tachtig al actief in de gemeenteraad. De afgelopen jaren zette hij zich opnieuw veelvuldig in voor de Horster gemeenschap. Zo is hij secretaris van de Cliëntenraad Horst in het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB) en Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Ook doet hij vrijwilligerswerk als ouderenadviseur bij Synthese. Bij het verkrijgen van zijn onderscheiding werd Lemmen omschreven als ‘een man van zijn woord, met het hart op de goede plek.’

Ook voor Chris Cuppen kwam de koninklijke onderscheiding als een grote verrassing. De Meerlonaar, onder andere actief binnen carnavalsvereniging De Vöskes, SOS Meerlo-Wanssum en zorginstelling De Wendel, dacht dat hij naar een lezing van de Rabobank zou gaan. “Toen ik in de raadszaal zat, had ik nog nauwelijks in de gaten wat er stond te gebeuren. Gelukkig had mijn vrouw voor vertrek gauw een stropdas voor me in haar tas gestopt”, aldus Cuppen.

De stichting Vrienden van Elzenhorst levert een belangrijke bijdrage aan het welzijn en welbevinden van de bewoners van het Horster verpleeghuis. Eén van de kartrekkers binnen de stichting is Hay Peeters uit Horst. Peeters zit als penningmeester in het bestuur van de stichting, maar steekt daarnaast nog veel tijd in het voorbereidende werk voor de rommelmarkten van de Vrienden van Elzenhorst. Uit waardering voor zijn vrijwilligerswerk mag Hay Peeters zich sinds 29 april Lid in de Orde van Oranje-Nassau noemen.

Twan Christians uit Swolgen werd in de toespraak van burgemeester Van Rooij getypeerd als iemand die altijd voor iedereen klaar staat. Zo is hij al jaren vrijwilliger bij tennisvereniging ’t Löbke, SV Swolgense Boys en coördinator en collectant voor de Algemene Nederlandse Gehandicapten Organisatie in Swolgen. Met een smoes dat hij voor hoog overleg naar het gemeentehuis moest, werd Christians naar de raadszaal gelokt. “Gelukkig hadden ze erbij gezegd dat ik er goed op moest staan, zodat ik mijn nette kleren aan had”, zegt hij lachend.

Ook André van de Rijdt uit Hegelsom mocht een lintje in ontvangst nemen. Voetbalvereniging Hegelsom en André van de Rijdt zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Al sinds 1964 is hij bijna dagelijks bezig met zijn club. Er is bijna geen jeugd-, dames- of seniorenteam waar Van de Rijdt niet bij betrokken is geweest als leider, coach of trainer. Op dit moment is hij nog steeds controleur van de velden, technisch coördinator en mede-organisator van de jeugdvoetbalweek.

“Ik wist helemaal niet dat ik zoveel had gedaan, maar wat de burgemeester allemaal opsomde, klopt wel”, vertelt een verraste Sien Likkel-de Vries uit Griendtsveen na het in ontvangst nemen van haar lintje. Sien Likkel kreeg de onderscheiding vanwege haar werk voor De Zonnebloem, KBO en Synthese. Ze werd voorgedragen door oud-dorpsgenoot Theo van Mullekom. “Theo zei al vaker tegen me: ‘Jij moet eens een lintje krijgen’. Dat dat nu ook echt gebeurt, vind ik prachtig”, aldus de Griendtsveense.

Grubbenvorstenaar Jan Vissers is in het dorp met name bekend als oud-directeur van basisschool ’t Reuvelt. In zijn vrije tijd was en is Vissers echter ook behoorlijk actief. Zo zat hij in het bestuur van Harmonie St. Joseph en het St. Nicolaas Comité Grubbenvorst. Daarnaast is hij actief binnen de parochie OLV ten Hemelopneming in zijn dorp, zit hij de organisatie van het Felimaas Solistenconcours en is hij voorzitter van de Mart Roeffen Stichting die zorg draagt voor het voortbestaan van de gelijknamige speeltuin in Grubbenvorst. Voor al dit werk kreeg Vissers vrijdag een lintje opgespeld.

“Ik zou met mijn dochter boodschappen gaan doen en zij moest nog iets ophalen bij het gemeentehuis”, vertelt Lien Cox-Gooren uit Horst over hoe zij vrijdag naar de raadszaal werd gelokt om een koninklijke onderscheiding in ontvangst te mogen nemen. Samen met haar man Gerrit zet zij zich al jaren in voor de Norbertusparochie en de bijenteelt in Horst. “Pas toen de burgemeester ook zijn naam noemde, kreeg Gerrit pas door dat hij ook een lintje zou krijgen”, voegt Lien Cox er lachend aan toe.

(bron: hallohorstaandemaas)

Schrijver:
• 24 april, 2011

De directie van de Nederlandse Spoorwegen heeft na het einde van de Tweede Wereldoorlog besloten alle omgekomen personeelsleden te gedenken door hun namen te vereeuwigen op identieke plaquettes. De bronzen platen werden aangebracht in de diverse stations, behorende tot het district of rayon van de oorlogsslachtoffers.

 

De bronzen plaquette in de reizigerstunnel van het station in Eindhoven is aangebracht ter nagedachtenis aan 15 personeelsleden van de NS, die tijdens de bezettingsjaren door oorlogshandelingen zijn omgekomen. Hun namen luiden: F.H. Beckers, J. Beringer, H. van Beusekom, J.G.H. Bossewinkel, G. van den Braak, G.J. van Bragt, F.H. van den Broek, J. den Hollander, J.H. van Hout, H.A. Huizing, W.J. Jonker, A.C. Kuijpers, N.A. Ouwerkerk, F.J. Schoenmakers en M.T. van de Zanden.

Onder de namen is een afbeelding van een gevleugeld wiel aangebracht. Dit is het voormalige symbool van de Nederlandse Spoorwegen. Het gedenkteken is een uniforme plaquette die is aangebracht in 110 Nederlandse stationsgebouwen.

 


Rien Kluitmans uit Geldrop, kleinzoon van Willem Jan Jonker, stuurde onderstaand verhaal over zijn opa, een van de NS-medewerkers die in de oorlog omkwamen. Naar hem is in de verzetsheldenbuurt in Acht een straat vernoemd: de Willem Jan Jonkerlaan.

De ondergedoken wagon

In de loop van de zomer van 1944 werd het de bezetter duidelijk dat de geallieerden Eindhoven in het zicht hadden en de bevrijding van de stad niet lang meer op zich zou laten wachten. De in Eindhoven aanwezige Duitse soldaten zijn daarom in allerijl begonnen met de terugtrekking naar het noordoosten en oosten van Noord-Brabant en Limburg. Tijdens deze actie zijn logistiek strategische punten in en rond de stad onklaar gemaakt en materiaal dat nog van nut kon zijn, werd meegenomen.

De gloeilampenfabriek van Philips beschikte over een aanzienlijke hoeveelheid wolfraam en platina, dat onder meer gebruikt werd voor het vervaardigen van lampen. Het werd aangevoerd over het spoor. Ook de Duitsers zagen dit als waardevol materiaal voor het vervaardigen van oorlogsmaterieel en wilden het mee terugnemen naar Duitsland.

In de ‘Ondergedoken wagon’ zat dus inderdaad een lading platina en wolfraam, dat de Duitsers veilig wilden stellen na flinke bombardementen door de RAF op de gebouwen van Philips. De heer Willem Jan Jonker (adjunct-commies bij de Nederlandse Spoorwegen) en de heer Maarten Reuchlin (ingenieur van Philips) wisten van het bestaan van de wagon en besloten deze te verstoppen door het achter het toenmalige slachthuis aan de Celebeslaan in Eindhoven te rangeren en de wagons en rails aldaar te saboteren.

Philips heeft in de oorlog een dubieuze rol gespeeld. Enerzijds door de Duitsers te helpen met productie van apparaten en materialen voor de oorlog. Maar waar we dankbaar voor mogen zijn, is dat Philips ook een heldenrol heeft gespeeld in de Tweede wereldoorlog door werkverschaffing te realiseren, waar de arbeiders het echt goed hadden. Een voorbeeld hiervan is in Kamp Vught, waar Philips ‘gevraagd’ werd om een fabriek op te zetten. Frits Philips heeft hier uiteindelijk mee ingestemd, maar wel op zijn voorwaarden: De fabriek in Kamp Vught zou eigen bewaking krijgen (en dus niet van de SS), Philips zou warme maaltijden verzorgen voor de arbeiders die te werk werden gesteld (later ook bekend als de Phili-prak), en Philips zou zelf de werktijden bepalen. Veel mensen hebben hierdoor uiteindelijk hun verblijf in het Konzentrationslager Herzogenbusch overleefd zoals de Duiters Kamp Vught officieel noemden.

Ondanks de goede verstopplek, werd de wagon met platina en wolfraam uiteindelijk toch ontdekt door de Duitsers. Ze waren natuurlijk helemaal niet blij met de sabotage van de trein en de rails. De lagers van de trein hadden aanzienlijke schade, maar konden nog wel gerepareerd worden. Ook de rails werden provisorisch hersteld. Na een paar dagen waren de wagons weer gereed voor transport en vertrok rooftrein uit Eindhoven richting Duitsland. Toen Jonker en Reuchlin hoorden van de vondst door de Duitsers en veronderstelden dat de lading allereerst naar Helmond zou worden vervoerd, besloten ze de trein op een tandem achterna te fietsen. De reden voor het gebruik van een tandem lag in het feit dat Maarten Reuchlin een arm miste en over een kunstarm beschikte. Het gebruik van een tandem zou dan ook sneller gaan. Koste wat kost moest deze lading uit de handen worden gehouden van de Duitsers.

Toen bleek dat de trein zich niet in Helmond bevond, zijn ze langs het spoor verder gefietst naar het oosten. Ten tijde van deze actie heeft het verzet bij Horst-America getracht het spoor op te blazen, om zo verder transport onmogelijk te maken. Toen dit mislukte, waren de Duitsers in het gebied extra alert op mogelijke sabotage-acties.

Jonker en Reuchlin waren met de tandem uiteindelijk aangekomen bij Griendtsveen en werden bij een controlepost van de SD staande gehouden. Omdat Willem Jan Jonker zijn NS-uniform droeg, dachten de Duitsers dat hij en Maarten Reuchlin spionnen waren en arresteerden beide mannen.

De heren Jonker en Reuchlin waren bij Griendtsveen door de Sicherheitsdienst onder leiding van dhr. Conrad op 30 september 1944 opgepakt en gevangen gezet in een Venlose gevangenis. Op 13 oktboer 1944 werd ook Venlo gebombardeerd door de RAF, waarbij de bewuste gevangenis ook deels geraakt werd. Door dit bombardement kon Reuchlin ontsnappen en in een beeldenfabriek van A Gödden onderduiken. Nadat de situatie in Venlo echter onhoudbaar werd, besloot Reuchlin een veiliger onderduikadres te zoeken. Echter, tijdens zijn vlucht uit de gevangenis heeft Reuchlin zijn kunstarm in zijn cel laten staan. Hierdoor wisten de Duitsers precies wie er was ontsnapt. Op 13 november werd Reuchlin weer opgepakt, omdat hij met slechts één arm natuurlijk opviel.

Op 15 november 1944 werden de heren Willem Jan Jonker en Maarten Reuchlin uit hun cel gehaald, naar het nabij gelegen vliegveld Fliegerhorst gebracht, en ter hoogte van de Toeperweg gefusilleerd.

(bron: Eindhovens dagblad)

Schrijver:
• 6 april, 2011

DEN HAAG – Op videobeelden op YouTube is te zien dat in het leefgebied van de zeldzame gladde slang in de Deurnsche Peel bomen worden gerooid. Het CDA vraagt aan staatssecretaris Bleker van Landbouw uitleg over de werkzaamheden in het beschermd gebied. 

Video opnamen van 9 jan 2011 Leegveld Liessel…
Natte omstandigheden bemoeilijkt het slepen van hout uit het peelgebied.

(bron: telegraaf)

Schrijver:
• 3 april, 2011

Ton Bukkems uit Griendtsveen heeft zondag uit handen van burgemeester Kees van Rooij de achtste Bronzen Wijsneus gekregen. Bukkems kreeg deze juryprijs omdat hij het hele jaar door voor jeugdigen uit Griendtsveen in de weer is bij het organiseren van een goed en veilig carnaval voor kinderen in de wintertijd en evenzo het kindervakantiewerk in de zomer. Bukkems heeft dit al meer dan 25 jaar lang gedaan. Bovendien is Bukkems actief voor de Dorpsraad, samensteller van het plaatselijk mededelingenblad en is hij actief bij de Griendtsveense parochie.

De Bronzen Wijsneus is een tweejaarlijks eerbetoon van de Stichting De Peelkabouters voor de gemeente Horst vaan de Maas en wordt toegekend aan degene die de verbeeldingskracht en het welbevinden van jeugdigen en jongeren heeft bevorderd en daarmee Horster kerkdorpen heeft doen kennen als kindvriendelijk. De prijs werd tijdens de Wijsneuzendag in de Merthal uitgereikt.

(Bron: Peelkabouters / Foto: Jos Derks)